vrouwenvoetbal
Dutch (Brabantic)
/ˈvrɑu̯.ə(n)ˌvut.bɑl/
noun
Definitions
- women's football
Etymology
Compound from Dutch, Flemish vrouw (woman, wife, lady, women, vrouw, mistress) + Dutch, Flemish voetbal (football).
Origin
Dutch (Brabantic)
voetbal
Gloss
football
Timeline
Distribution of cognates by language
Geogrpahic distribution of cognates
Cognates and derived terms
- vrouw English
- Oranjevrouw Dutch, Flemish
- ambachtsvrouw Dutch, Flemish
- bal Dutch, Flemish
- barvrouw Dutch, Flemish
- beschermvrouw Dutch, Flemish
- bewindsvrouw Dutch, Flemish
- bijvrouw Dutch, Flemish
- botervrouw Dutch, Flemish
- brandweervrouw Dutch, Flemish
- buitenvrouw Dutch, Flemish
- burchtvrouw Dutch, Flemish
- buurvrouw Dutch, Flemish
- cisvrouw Dutch, Flemish
- doelvrouw Dutch, Flemish
- ex-vrouw Dutch, Flemish
- gastvrouw Dutch, Flemish
- huisvrouw Dutch, Flemish
- ijscovrouw Dutch, Flemish
- kraamvrouw Dutch, Flemish
- kuisvrouw Dutch, Flemish
- mannenvoetbal Dutch, Flemish
- mevrouw Dutch, Flemish
- ombudsvrouw Dutch, Flemish
- paaltjesvoetbal Dutch, Flemish
- paniekvoetbal Dutch, Flemish
- profvoetbal Dutch, Flemish
- sneeuwvrouw Dutch, Flemish
- sportvrouw Dutch, Flemish
- timmervrouw Dutch, Flemish
- topvrouw Dutch, Flemish
- transvrouw Dutch, Flemish
- tuinvrouw Dutch, Flemish
- vakvrouw Dutch, Flemish
- voet Dutch, Flemish
- voetbal Dutch, Flemish
- voetbalspeelster Dutch, Flemish
- voetbalspeler Dutch, Flemish
- vroedvrouw Dutch, Flemish
- vrouw Dutch, Flemish
- vrouwelijk Dutch, Flemish
- vrouwenemancipatie Dutch, Flemish
- vrouwenhaat Dutch, Flemish
- vrouwenhandel Dutch, Flemish
- vrouwenhater Dutch, Flemish
- vrouwenkiesrecht Dutch, Flemish
- vrouwenquotum Dutch, Flemish
- vrouwenring Dutch, Flemish
- vrouwenversierder Dutch, Flemish
- vrouwmens Dutch, Flemish
- weervrouw Dutch, Flemish
- zaalvoetbal Dutch, Flemish
- zoonsvrouw Dutch, Flemish
- vrouwe Middle Dutch
- vrou Afrikaans
- folow Aukan
- bal
- voet
- vrouw
- voetbal
- mevrouw
- cisvrouw
- ex-vrouw
- barvrouw
- topvrouw
- bijvrouw
- vakvrouw
- vrouwmens
- weervrouw
- gastvrouw
- tuinvrouw
- kuisvrouw
- huisvrouw
- buurvrouw
- doelvrouw
- sportvrouw
- transvrouw
- kraamvrouw
- vrouwelijk
- botervrouw
- ijscovrouw
- zoonsvrouw
- vroedvrouw
- vrouwenring
- sneeuwvrouw
- vrouwenhaat
- profvoetbal
- burchtvrouw
- ombudsvrouw
- zaalvoetbal
- Oranjevrouw
- buitenvrouw
- timmervrouw
- bewindsvrouw
- vrouwenhater
- mannenvoetbal
- beschermvrouw
- ambachtsvrouw
- vrouwenquotum
- vrouwenhandel
- paniekvoetbal
- voetbalspeler
- brandweervrouw
- paaltjesvoetbal
- vrouwenkiesrecht
- voetbalspeelster
- vrouwenversierder
- vrouwenemancipatie